De strijd voor vrijheid van meningsuiting van een Engelse arts

In 2002 werd de Engelse arts dr. Jayne Donegan voor de British General Medical Council, BMC,  gedaagd omdat zij als getuige expert in een proces niet de gewenste informatie gaf. Haar rechtsstrijd duurde drie jaar en zij won. Lees de samenvatting van haar ervaringen, hoe zij door voortschrijdend inzicht en eigen onderzoek veranderde van een loyale kritiekloze arts in een kritische arts en hoe door slinkse handelwijzen de BMC probeerde haar te ontmoedigen en demotiveren.

Dr. Jayne Donegan is een Engelse huisarts die na haar studie een fervent voorstander was van vaccineren, dat was haar zo geleerd. Na een aantal slechte ervaringen heeft zij zelf onderzoek gedaan naar de wetenschappelijke achtergrond van vaccinatie en begreep dat veel informatie niet bekendgemaakt wordt. Zij werd een vaccinatiekritische arts die haar patiënten objectief informeerde en door twee moeders gevraagd werd als getuige deskundige. De moeders waren alleenstaand, hadden de zorg voor hun kinderen en wilden deze niet laten inenten, dit tot ontevredenheid van de vaders die wilden dat de kinderen meededen aan het standaard vaccinatie programma. De vaders wilden dit via de rechtbank afdwingen. Dr. Donegan werd als getuige deskundige gevraagd door de twee moeders maar nadat zij haar mening had gegeven, werd zij door de BMC ter verantwoording geroepen. De aanklachten tegen haar waren niet mals. Hier volgt haar relaas.

Ik was een fervent voorstander van vaccinatie

Een arts die keihard opkomt voor het recht op vrije keuze en meningsuiting

Haar studie medicijnen deed ze in Londen aan het St. Mary’s Hospital Medical School met als speciale aandachtspunten gynaecologie, familieplanning, kindergeneeskunde, spoedeisende geneeskunde en algemeen huisarts en ze werd een sterke supporter van het Childhood Vaccination Programm, het kindervaccinatieprogramma. ‘Ja’, zegt ze,   ‘in de jaren tachtig spoorde ik ouders die hun kinderen niet tegen kinkhoest wilden laten vaccineren aan om dat toch vooral wel te laten doen’.

‘Ik vertelde hen dat er negatieve reacties door het vaccin konden optreden. Ik behoorde niet tot de artsen die dergelijke onplezierige feiten verbloemden, maar zei dat ons artsen was verteld dat de kans op het optreden van nadelige effecten na een kinkhoest vaccinatie tenminste tienmaal kleiner was  dan de kans op het krijgen van complicaties als de ziekte zou optreden. Het doel van het vaccin was om te voorkomen dat de kinderen kinkhoest zouden krijgen’.

‘Ouders die niet wilden vaccineren waren onwetend of onverantwoordelijk…dacht ik’

‘Ik dacht toen werkelijk dat ouders die hun kinderen niet wilden laten vaccineren onwetend waren of hun verantwoordelijkheid ontliepen. Ik heb de indruk dat die visie onder artsen tegenwoordig niet ongewoon is. Hoe kwam ik bij zo’n opvatting? Wel, gedurende mijn hele medicijnenstudie was mij onderwezen dat  de mensen die vroeger bij tienduizenden en honderdduizenden aan ziektes zoals difterie, kinkhoest en mazelen stierven daar nu niet meer aan doodgaan dankzij de vaccinaties.

Tegelijkertijd werd mij verteld dat ziekten waaronder tyfus, cholera, reumatische koorts en roodvonk, ziektes waartegen geen vaccinaties bestonden, nu niet meer een dodelijke afloop hadden dankzij de verbeterde hygiëne en andere sociale omstandigheden. Het zou logisch zijn geweest om mezelf destijds de vraag te hebben gesteld waarom sociale omstandigheden de gezondheid van de mensen tegen sommige ziektes had verbeterd en niet tegen alle ziektes. Maar de hoeveelheid informatie die je te verwerken krijgt tijdens de studie is zo gigantisch dat je geneigd bent deze klakkeloos voor waar aan  te nemen en op te slaan. Er is geen tijd om kritisch  naar de informatie te kijken en je vragen te stellen die voor iemand anders misschien voor de hand liggen’.

Voor mij en mijn collega’s was de informatie over vaccins een soort heilige waarheid. Het was de beste maatregel die ooit was geïntroduceerd en toen mijn kinderen in 1991 en 1993 werden geboren liet ik ze zonder enig gevoel van twijfel vaccineren. Ik dacht dat ik met al mijn medische kennis uitstekend was geïnformeerd over vaccinaties en heb mijn kinderen tot aan de MMR (Mazelen, Bof,Rodehond) aan het programma laten meedoen omdat het naar mijn beste kennis en overtuiging het verstandigste was om te doen. Ik liet zelfs mijn 4 jarig dochtertje een BCG vaccinatie krijgen waarvan de houdbaarheidsdatum was verstreken.

Mijn vertrouwen was enorm

Uit gewoonte let ik altijd op de naam, batchnummer en houdbaarheidsdatum van medicijnen en merkte op dat het vaccin over datum was. De vaccinatiearts antwoordde droogjes: ‘o, maakt u zich geen zorgen, we een uur vertraging opgelopen juist om te controleren of het vaccin nog gebuikt mag worden en het is nog prima.’ En ik zei: ‘ok’ en liet haar injecteren…mijn arme dochter had een vreselijke reactie, maar ik was zo overtuigd dat het goed was om te doen dat ik nog maanden doorging met het vaccinatieprogramma.

Geen bewijs van de mazelenepidemie

Dat was mijn achtergrond, zelfs mijn interesse in homeopathie verminderde mijn enthousiasme voor vaccinaties niet; voor zover ik het kon beoordelen was het een vergelijkbaar proces, een kleine dosis van iets geven en dat maakt je immuun, er was voor mijn gevoel geen tegenstelling. Maar wat gebeurde? In 1994 werd in Engeland de Mazelen-Rode hond campagne gestart waarbij zeven miljoen schoolkinderen werden gevaccineerd tegen mazelen en de rode hond. Het hoofd van de medische dienst stuurde brieven naar alle huisartsen, apothekers, verpleegsters en andere gezondheidsprofessionals waarin hij vertelde dat er een mazelenepidemie kwam.

Het bewijs voor die epidemie was op dat moment nog niet gepubliceerd. Enkele jaren later bleek dat de voorspelling was berekend volgens een gecompliceerd wiskundig model dat baseerde op schattingen en dat die epidemie misschien nooit opgetreden zou zijn. Ons werd het volgende verteld: ‘Iedereen die een vaccinatie heeft gehad is niet perse beschermd tegen de komende epidemie. Er is dus een tweede nodig’. ‘Nu ja, dat is goed’, dacht ik, ‘want we weten dat geen enkele vaccinatie 100 % effectief is’.

Alarmbellen gaan rinkelen: Er zijn drie ‘eenmalige’ vaccinaties nodig?

In plaats van èèn, zijn ineens drie vaccinaties noodzakelijk

Wat me zorgen baarde was dat ze vertelden dat zelfs zij die tweemaal gevaccineerd waren tegen de mazelen niet allemaal beschermd zouden zijn tegen de voorspelde epidemie, er was een derde nodig. U kunt het zich waarschijnlijk niet herinneren maar in die tijd was er maar 1 mazelenvaccinatie in het programma. Het was een levend virusvaccin, de reactie was dus alsof je met een vrij voorkomend virus in aanraking zou zijn gekomen. Het virus was voor de veiligheid  iets veranderd en het zou de persoon immuun maken. Sindsdien is de vaccinatie erbij gekomen voor kinderen die nog niet naar school gaan, omdat een eenmalige vaccinatie niet voldoende zou werken, maar destijds werd verteld dat een eenmalige dosis levenslang zou werken.

Nu werd ons verteld dat zelfs twee maal een ‘eenmalige dosis’ van het vaccin mensen niet zou beschermen tegen de komende epidemie. Ik begon me af te vragen waarom ik ouders had verteld dat vaccins veiliger zijn dan het krijgen van de ziekte en dat het vaccin ervoor zou zorgen dat de kinderen de ziekte, met de kans op complicaties, niet meer zouden krijgen. Dat was weliswaar niet volledig zeker, maar wel de opzet. Het leek nu zo dat zelfs als je bent gevaccineerd, met de kans op allerlei bijwerkingen, je toch de ziekte kon krijgen… zelfs als je twee maal de ‘eenmalige’ vaccinatie had gekregen. Hoe kan dat? Het leek niet juist.

Als u zich afvraagt waarom iedereen al twee maal de ‘èènmalige dosis’ had gekregen, dat kwam door de introductie van het MMR Measles Mumps Rubellavaccin ( Mazelen, de Bof en Rode hond) dat in 1988 werd geïntroduceerd. Veel kinderen hadden de ‘eenmalige’ vaccinatie tegen de mazelen al eerder gekregen, maar ons werd verteld dat we de MMR toch moesten geven want ‘het zou beschermen tegen de bof en rode hond en de immuniteit tegen de mazelen versterken’. De beste manier om dat te doen, zo zei men, was en masse, want dat zou de keten van het overbrengen onderbreken. Ik dacht toen; ‘waarom vaccineren we alle jonge baby’s van 2,3 en 4 maanden dan? Waarom wachten we niet twee of drie jaar en vaccineren dan iedereen die intussen is geboren om de ‘keten’ te breken?

Er klopt iets niet

De website van dr. Jayne Donegan http://www.jayne-donegan.co.uk/

(Uit de derde editie van Het CelHerstelConcept’ dat binnenkort verschijnt)